Financiering

Treasuryfunctie: taken en beleid

De treasury functie voert financiering, cashmanagement en renterisicobeheer uit met als doel de organisatie te voorzien in de behoefte aan vreemd vermogen tegen zo laag mogelijke kosten en te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Het financieringsbeleid van de Gemeente Breda schrijft voor dat bij een normale rentestructuur maximaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid financieringsmiddelen met een korte looptijd aan te trekken. Het rentetarief op kortlopende leningen (geldmarkt) is normaliter veel lager dan bij langlopende leningen (kapitaalmarkt). We respecteren de wettelijke kaders voor renterisico beheer (kasgeldlimiet en renterisico norm).

De commissie BBV publiceerde in 2016 de Notitie rente 2017 gepubliceerd. Doel is gemeenten stimuleren om de verwachte werkelijke rentelasten in de jaarstukken op te nemen en de rentetoerekening transparant te maken. De rentevergoeding over het eigen vermogen (bespaarde rente) is beperkt en het renteomslag percentage om de werkelijke rentelast toe te rekenen aan investeringen moet zodanig zijn dat het treasury resultaat minimaal wordt. De commissie BBV streeft naar een treasury resultaat van nul.
De richtlijnen (stellige uitspraken) van de Notitie rente 2017 treden in werking met ingang van de Begroting 2018 en zorgen dat in gemeenteland het renteomslag percentage ongeveer gehalveerd wordt en het treasury  resultaat overal enorm afneemt. In Breda is het renteomslag percentage verlaagd van 3,9% (2017) naar 2% (2018).

Renteverwachtingen

De economische vooruitzichten in Amerika en Europa zijn in 2017 fors verbeterd. In Azië stabiliseert de groei op een hoog niveau. De werkloosheid neemt in Europa af en de bestedingen nemen daarom wat toe. Een forse economische groeitoename zal zich in 2018 waarschijnlijk nog niet laten zien. De rente op geld- en kapitaalmarkt in Europa zullen daarom in 2018 naar verwachting op een laag niveau blijven.
De overheidsschuld als percentage van het BBP van de Europese Unie heeft zich de laatste jaren min of meer gestabiliseerd, maar wel op een hoog niveau. Waar in de noordelijke landen de overheidsschuld momenteel daalt blijft de overheidsschuld van de zuidelijke landen min of meer gelijk.  
De ECB zal daarom de rente op de geldmarkt waarschijnlijk rond het nulpunt houden en de depositorente negatief houden. Op de kapitaalmarkt zal de rente op een laag niveau blijven door de opkoopacties van obligaties door de ECB die tot begin 2018 zullen doorgaan. Voorafgaande aan de beëindiging van de opkoopacties zal de kapitaalmarktrente mogelijk wat gaan stijgen.

Financieringsbeleid

Een belangrijke variabele bij de uitvoering van het financieringsbeleid is de toekomstige renteontwikkeling op de geld- en kapitaalmarkt. Daarnaast speelt de spreiding in de langlopende schuldportefeuille een bepalende rol. We moeten voorkomen dat teveel schuld op hetzelfde tijdstip vervalt. Daarmee wordt het renterisico verhoogd.
De verwachting is dat in 2018 € 95 miljoen aan financieringsmiddelen benodigd zijn. Het overgrote deel hiervan zal herfinanciering van bestaande leningen zijn. Conform beleid zal (net als in voorgaande jaren) bij een normale rente structuur maximaal via kortlopende geldleningen (leningen met looptijd <1 jaar) worden gefinancierd.  Het maximum te lenen bedrag via kortlopende leningen wordt wettelijk bepaald door de kasgeldlimiet en ligt op circa € 50 miljoen. Financiering zal uitgevoerd worden met kasgeldleningen van 1 maand.
Per saldo zal dus € 45 miljoen via langlopende financieringsmiddelen (leningen met looptijd>1 jaar) worden aangetrokken. Deels met een looptijd van 1 jaar, deels met een looptijd van 5 - 20 jaar. Bij een forse rentestijging op de kapitaalmarkt (zeer geringe kans)  wordt de looptijd verlengd. Voor 2018 worden de volgende volumes aan te trekken financieringsmiddelen geraamd:

Financieringsinstrument

Geraamd percentage

Volume  2018

Daggeld + kasgeldleningen

- 0,3%

€ 50 miljoen

Kapitaalmarktleningen (op basis van 1-20 jaar)

  1,00%

€ 45  miljoen

Verstrekte geldleningen en garanties

De Gemeente Breda heeft een portefeuille aan verstrekte geldleningen van ongeveer € 175 miljoen. De omvang van de leningen aan de woningbouwcorporaties is ongeveer € 75 miljoen. Van het restant maken de leningen aan Breedsaam (ruim € 80 Miljoen) en aan het Chassé Theater Beheer NV (bijna € 15 miljoen) het overgrote deel uit. De kredietrisico's op deze leningen zijn minimaal.
Aan direct verleende garanties heeft de Gemeente Breda rond de  € 20 miljoen uitstaan. De gemeente staat garant voor een veelvoud hiervan bij enkele waarborgfondsen in de vorm van achtervanger.

Renterisicobeheer

De wetgever heeft in de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) eisen gesteld aan het maximum aan renterisico, dat een gemeente in enig jaar mag lopen. Deze eisen komen tot uitdrukking in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Deze normen bepalen de speelruimte voor de gemeente om verantwoord en goedkoop te financieren. Beide normen worden zijn gerelateerd aan de begrotingsomvang.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is 8,5% van de totale begroting. Een gemeente mag tot de kasgeldlimiet met kortlopende geldleningen gefinancierd zijn. De kasgeldlimiet voor de gemeente Breda bedraagt in 2018  circa € 50 miljoen. Het beleid om bij een normale rentestructuur maximaal kort te financieren heeft de laatste jaren veel (eenmalig) voordeel gebracht. De rente op de geldmarkt was (en is) extreem laag. Ook voor 2018 wordt wederom gestreefd naar  maximale benutting van de kasgeldlimiet. Bij een geraamd volume van € 50 miljoen is het renterisico voor de begroting 2018  € 500.000 euro per procent rentestijging.
Het is toegestaan om 2 kwartalen op rij de kasgeldlimiet in absolute zin te overschrijden. Daarna moet de kortlopende schuld weer onder de kasgeldlimiet worden gebracht. Daarmee kunnen onevenwichtigheden in uitgaven- en inkomstenpatroon bij het cashmanagement worden opgevangen. Door het stabiele inkomsten en uitgaven patroon bij de Gemeente Breda is er een jaarlijkse overschrijding van de kasgeldlimiet in het 1e en 2e kwartaal. Door de rentestructuur van de laatste jaren is hier ook op gestuurd. De overschrijding wordt vooral veroorzaakt door forse uitgaven aan subsidies in het begin van het jaar, terwijl de inkomsten evenwichtig over het jaar verspreid binnen komen.

Renterisiconorm

De renterisiconorm is 20% van de begrotingsomvang in het betreffende jaar. Van de langlopende schuld mag maximaal dat bedrag aan een renteherziening onderhevig zijn. De renterisiconorm zorgt ervoor dat de gemiddelde looptijd van de schuldportefeuille minimaal 5 jaar is . Dat spreidt het vervallen van schuld in de tijd en vermindert het renterisico.  
De renterisiconorm wordt de komende jaren niet overschreden. Dit komt door de opbouw van de leningenportefeuille. Ruim 30% van de leningenportefeuille is langlopend gefinancierd met 40- en 50  jarige leningen. De gemiddelde rentecoupon is 3,03%. Daarmee heeft de totale schuldportefeuille van de Gemeente Breda een gemiddeld lange looptijd en is goed afgedekt tegen een snelle rentestijging.
Bij de langlopende schuld die opnieuw moet worden gefinancierd ( € 45 miljoen) is het renterisico € 450.000 euro per procent rentestijging boven het ingezette percentage van 1,0 %. Vanaf 2020 zijn er bijna geen aflossingen op de vaste schuld (peildatum schuldportefeuille 2017). De leningenportefeuille bestaat dan voornamelijk uit fix-leningen (geen tussentijdse aflossingen). Om te voorkomen dat overfinanciering ontstaat zorgen we voor voldoende aandeel leningen met een looptijd van 1 tot 2 jaar per 2020. Ook worden leningen met langere looptijden sinds 2014 met een lineair aflossing schema aangetrokken.

Renterisiconorm:

(bedragen x € 1 miljoen)

2018

2019

2020

2021

Begrotingsomvang (raming)

646

621

614

608

Renterisiconorm (20% van de begroting)

129,2

124,2

122,8

121,6

Aflossingen op de vaste schuld (eigen financiering)

60,5

40,3

23,3

4,9

Ruimte onder risiconorm

68,7

83,9

99,5

116,7

Schatkistbankieren

Met ingang van eind 2013 is schatkistbankieren voor decentrale overheden verplicht. Gemeenten hebben een rekening courant verhouding met het Rijk en stallen daar de overtollige middelen. Om het cashmanagement van een gemeente niet te verstoren heeft het Rijk bepaalde middelen uitgezonderd, waaronder het drempelbedrag. Dit is 0,75% van de begroting (tot € 500 miljoen) plus 0,2% van het meerdere. De drempelwaarde van de Gemeente Breda is in 2018
bijna € 4 miljoen bij een begroting van ruim € 600 miljoen. De Gemeente Breda heeft geen structurele overtollige middelen en  gebruikt de rekening courant verhouding met het Rijk enkel in het kader van het afstorten van  tijdelijke overschotten. Het afstorten gebeurt automatisch als het saldo van de gemeentelijke  rekeningenstructuur bij de BNGBank de € 2 miljoen (credit)  overschrijdt.

Treasuryresultaat

Toerekening van rente
De rentetoerekening in de begroting staat hieronder. De werkelijk te betalen rentelasten en -baten worden geraamd. Het saldo is ruim € 4,5 miljoen. Deze netto-rentelast is minder dan 1% van de omvang van de begroting. Dit saldo van de werkelijke rentelasten en rentebaten wordt verhoogd met de rentevergoeding die de gemeente rekent over haar eigen vermogen en voorzieningen. Het totaal (ruim € 9,1 miljoen) is de totale rentelast die wordt toegerekend aan de grondexploitaties en de overige taakvelden.   

Werkelijke rentelasten en -baten 2018 

rente %

 Bedrag  

Rente vaste schulden: OG-gemeente

3,34%

€ 7.954.000

Rente vaste schulden: OG-woningbouw

3,55%

€ 2.415.000

Rente nieuwe langlopende financiering 

1,00%

€ 455.000

Rente nieuwe kortlopende schulden 

-0,30%

-€ 150.000

Overige financieringslasten (saldo)

-€ 33.000

Totaal werkelijke rentelasten 

€ 10.641.000

Externe rentebaten UG/woningbouw

3,55%

€ 2.578.000

Externe rentebaten UG/gemeente

3,56%

€ 3.509.000

Totaal werkelijke rentebaten 

€ 6.087.000

Saldo werkelijke rentelasten minus -baten 

€ 4.554.000

Bij: Rente over eigen vermogen (reserves)

2,00%

€ 3.258.000

Bij: Rente over voorzieningen 

2,00%

€ 1.315.000

Saldo rentelasten over eigen vermogen en voorzieningen 

€ 4.573.000

Totaal toe te rekenen rentelast 

€ 9.127.000

Toe te rekenen aan grondexploitaties 

2,21%

€ 868.000

Resteert toe te rekenen aan taakvelden (vaste activa)

1,95%

€ 8.259.000

De toegerekende rente aan taakvelden via renteomslag ad 

2,00%

€ 8.463.000

RESULTAAT TREASURY

€ 204.000

Het treasury resultaat over 2018  is geschat ruim € 0,2 miljoen. Dit resultaat ontstaat door afronding van het berekende renteomslag percentage.
Deze daling van het resultaat ten opzichte van vorige jaren komt door de nieuwe regelgeving van het Besluit Begroten en Verantwoorden. De grootste invloed heeft de vergoeding over het eigen vermogen en voorzieningen (bespaarde rente), die aanzienlijk lager is dan voorgaande jaren.   
Waar het treasury resultaat voorheen via resultaatbestemming aan reserves werd toegevoegd, moeten nu de reserves op peil blijven. Omdat er met de verlaagde renteomslag minder geld uit de algemene middelen nodig is voor dekking van de rentelasten, kan dit gebruikt worden om de reserves op peil te houden. Dit is verwerkt in de begroting. Het omslagrente percentage ging omlaag van 3,9% (begroting 2017) naar 2% als gevolg van de regelgeving.